Vandaag verlaten we Villa Alam Suraya in Ubud alweer en gaan we naar ons laatste verblijf van een weekje in Lovina aan de noordkust. Maar eerst nog even terugblikken op de afgelopen dagen. Qua natuur en cultuur is het hier bijna onbeschrijfelijk. Eerst maar eens de cultuur. Die zit hem in kleinen en grote gebaren. Vooral over de kleinen gebaren leren we veel van Tiny, zij verzorgt elke ochtend het ontbijt en de villa en verteld (als we er om vragen) veel over de Balinese cultuur en het Hindoeïsme. Daar zouden we in Europa zoveel van kunnen leren over de dankbaarheid waarmee zij door het leven gaan. Een groot cultureel gebaar zagen we maandag. Vanaf het paleis in Ubud begon de ceremonie rond de crematie van de overleden koning. De hele stad in rep en roer, prachtig versierd en iedereen in traditionele kleding. Overlijden is hier niet iets van verdriet maar juist van het vieren van het leven. Eerst werd er een enorme stier door de straten gedragen, daarna een, soort, reusachtige prachtige toren waarin ook de kist met de koning. Ook die toren werd gedragen door de lokale bevolking en maakte 3 rondes door de stad zodat de overleden koning de weg naar het leven en het paleis kwijt zou raken.
De laatste stop was bij de Campuhan river walk. Bovenaan een heuvel zette Deywa ons af. Na eerst een lekkere lunch bij een Warung daalden we via een pad langs de rivier of naar het centrum va Ubud. Een stevige wandeling met prachtig zicht op huizen die tegen de heuvel aangebouwd zijn en omgeven daar mooie natuur.






































